ADEM MAAR art&project

Erwin Christiaan Adema (1975).

 

Werkwijze methodiek.

De werken zijn te verdelen in drie categorieën nl: 

1- Kunstenaar.

2- Knutselaar.

3- Kluizenaar.

Deze categorieën zijn ontstaan door de diversiteit van gevoelens, verlangens en overtuigingen beter te willen begrijpen.

Door deze gevoelens, verlangens en overtuigingen te groeperen ontstaat er voor mij een overzicht.

Dit overzicht maakt het voor mij mogelijk ideeën te vormen en de verstaanbaarheid ervan uit te drukken in taalbeelden / beeldwerken.

De beeldwerken / taalbeelden vormen een dagboek van een kijk op het leven. Het mens zijn, en mijn bestaan als mens. 

Mijn zoektocht naar de verstaanbaarheid van mijzelf binnen de wereld, heeft ertoe geleid categorieën op te stellen.

Deze categorieën zijn ontstaan vanuit  het werkproces van mij beeldwerken / taalbeelden.

Vanuit elke categorie ontstaan nieuwe ideeën, de herkomst echter is steeds verschillend en derhalve onderverdeeld in één van de categorieën .

De categorieën zijn zo een bepaalde verwijzing om vanuit de context begrepen te worden.

De drie categorieën zijn echter met elkaar verbonden en werken met elkaar. Samen vormen ze een overzicht / oeuvre waarin ik probeer de wereld te kennen en zo mijn vragen van antwoorden te voorzien.

 

I just tell myself, that i do understand the world”.

 

 

1e  - De kunstenaar.

De uit ideeën voortgekomen thema's worden in concept schetsen en teksten uitgewerkt, deze werk ik uit tot werken als :objecten, beelden, collages, schilderijen, tekeningen etc.

De kunstenaar geeft een antwoord spreek zijn oordeel uit, doet een uitspraak.

Hij brengt over, confronteert, geniet, geeft en verward.

Overlegt met de knutselaar en word geïnspireerd door de kluizenaar.

 

2e - De knutselaar.

De knutselaar is het kind in mij dat onderzoekt.

Hij creëert instinctief, probeert en stelt samen, combineer herhaald en haalt weg of voegt toe. Hij constateert overweegt plaatst ordent zijn chaos. Probeert te begrijpen en laat ontstaan.

Spreekt met de kluizenaar en overlegt met de kunstenaar.

Is dynamisch en ongrijpbaar, ziet mogelijkheden en is altijd in beweging.

Verzameld indrukken en ervaringen, herziet, overweegt en vormt. En laat thema’s herreizen of ontstaan. 

 

3e - De kluizenaar.

De kluizenaar is eenzaam, is in weemoed verzonken van gedachtes.

Piekert en maakt zich zorgen. Doet zijn overpeinzingen over strekkende vragen van het momentum. Is zoekend naar de universele wetten. Twijfelt vanuit de onmacht en is onzeker.

Brengt moeilijkheden onder de aandacht binnen de chaos die is gecreëerd. Hij heeft geen houvast er is slechts een dualiteit van het geweten.

Stelt zich vragen; Wie ben ik? 

Waarom, hoe en wat?

Dit in samen spraak met de kunstenaar en knutselaar.